Slaapstoornissen | Slaap en Kinderen | Slaap en Ouderen | Slaapmiddelen | Slaap en Vrouwen | Ploegendienst/Jetlag
Personal Health Institute international
 
 

Slaapproblemen bij kinderen

Slaap van baby tot puberteit
In- en doorslaapproblemen bij kleine kinderen
In- en doorslaapproblemen bij pubers
Slaapwandelen, nachtelijke angstaanvallen en bedplassen
Praten in de slaap, tanden knarsen (bruxisme) en hoofdbonken (jactatio capitis)
Slaapapneu bij kinderen
Slaap van baby tot puberteit
Baby’s en peuters
Pasgeboren baby’s slapen, verdeeld over zowel de dag als de nacht, in 4 à 5 korte periodes per 24 uur. Na 2 maanden begint een baby door te slapen tijdens de nacht en zijn er alleen overdag en in de avond nog een aantal korte slaapperiodes. Een duidelijk 24-uurs ritme is vanaf ongeveer 4 maanden aanwezig, hoewel de slaapperiodes overdag nog niet op vaste tijdstippen plaatsvinden. Als de baby ongeveer 8 maanden oud is, slaapt het meestal nog maar 1 keer in de ochtend en 1 keer in de middag, op redelijk vaste tijdstippen. Tijdens de peutertijd verdwijnt langzamerhand ook het ochtendslaapje totdat met een jaar of 4 ook het middagdutje wordt opgegeven. Het kind heeft dan 1 aaneengesloten slaapperiode van ongeveer 11 tot 12 uur.

Van kleutertijd tot puberteit
De slaap van kleuters en schoolkinderen kenmerkt zich door veel diepe slaap. Dit is vooral bij kinderen in de leeftijd van 2 – 5 jaar het geval. Een kind wordt meestal dan ook tijdens de slaap minder snel gestoord door geluiden dan oudere kinderen en volwassenen. Kinderen slapen langzamerhand steeds korter: van ongeveer 12 uur bij een kleuter tot ongeveer 9.5 uur op 12-jarige leeftijd. Hieronder staat een indicatie van de gemiddelde slaaptijden per leeftijd. Bedenk echter wel dat er ook bij kinderen individuele verschillen kunnen bestaan.

Een 4 jarig kind slaapt gewoonlijk ongeveer 11.5 uur, een 8 jaar oud kind ongeveer 10 uur en een kind van 12 ongeveer 9.5 uur.

Slaap tijdens de puberteit
Vanaf een jaar of 12 treedt er een opmerkelijke verandering op in het slaappatroon. De behoefte van het kind aan slaap neemt eerder toe dan af, maar toch gaan de kinderen steeds later naar bed. Dit verschuiven van de slaaptijd wordt zowel veroorzaakt door biologische veranderingen bij het kind, als door sociale factoren. De druk vanuit school neemt toe, maar ook wordt de ontwikkeling van eigen sociale contacten steeds belangrijker. Aangezien de begintijden van de school echter niet veranderen bouwen de meeste pubers door de week een slaaptekort op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel middelbare scholieren ’s ochtends moeilijk wakker kunnen worden. In het weekend wordt er dan ook vaak flink uitgeslapen om de gemiste slaap in te halen.
In- en doorslaapproblemen bij kleine kinderen
Veel baby’s en kinderen hebben wel eens last van problemen met slapen. Bij baby’s en kleuters gaat het daarbij meestal om problemen met inslapen of doorslapen. Vaak gaat het vanzelf weer over, maar de problemen kunnen soms ook langere tijd aanhouden. In veel gevallen hangen deze problemen samen met ingeslopen (verkeerde) gewoontes rondom slapen. Voor ouders kan het moeilijk zijn om op een goede manier om te gaan met een huilende baby‘s nachts of met kinderen die telkens weer uit bed komen.

Een aantal goede tips zijn:
  • Laat de baby op een vaste en rustige plek slapen.
  • Doe geen drukke spelletjes voor het naar bed gaan, zodat het kindje niet te actief is als het naar bed moet.
  • Maak gebruik van een duidelijk slaapritueel, waarbij je in een vaste volgorde een aantal dingen doet. Bijvoorbeeld eerst verschonen en pyjama aan, dan wassen/tandjes poetsen, en vervolgens een verhaaltje voorlezen.
  • Sommige baby’s houden ervan om nog wat zachte geluiden te horen tijdens het inslapen, zoals bijvoorbeeld een muziekdoosje.
  • Laat de baby zoveel mogelijk zelf in slaap vallen. Een beetje huilen is daarbij heel gewoon, maar pas op dat het kindje niet overstuur raakt, want dat maakt het weer opnieuw inslapen alleen maar moeilijker.
  • In- en doorslaapproblemen bij pubers
    De puberteit is een tijd waarin grote veranderingen optreden, zowel lichamelijk als sociaal. Pubers slapen graag uit, maar gaan ’s avonds vaak laat naar bed of liggen in bed te SMS-en. Ze worden ook steeds zelfstandiger, gaat uit en krijgen bijbaantjes. Hierdoor is het voor ouders vaak moeilijk om eventuele slaapstoornissen te herkennen.

    Een aantal tips:
  • Leg de puber uit dat voldoende slaap erg belangrijk is om overdag goed te kunnen functioneren
  • Probeer afspraken te maken over regelmatige slaaptijden
  • Probeer pc-gebruik ’s avonds laat en het gebruik van mobieltjes in bed zoveel mogelijk te verminderen
  • Slaapwandelen, nachtelijke angstaanvallen en bedplassen
    Kleine kinderen, vooral tussen de 2 en 5 jaar, hebben zeer veel diepe slaap. Het is daarom ook heel begrijpelijk dat een aantal specifieke problemen rondom de slaap, die vooral in de diepe slaap voorkomen, het meest voorkomen in die leeftijdscategorie. Deze problemen zijn bijvoorbeeld: slaapwandelen (somnambulisme), nachtelijke angstaanvallen (pavor nocturnus) en bedwateren (enuresis nocturna). Belangrijk is dat ouders begrijpen dat het een probleem is dat met slapen te maken heeft en niet een ander geestelijk probleem.

    Slaapwandelen verdwijnt meestal vanzelf al voor of tijdens de pubertijd. Meestal is het niet nodig om het probleem te behandelen en is het voldoende dat er gezorgd wordt voor de veiligheid van het kind tijdens het slaapwandelen. Het is meestal niet aan te raden om het kind te wekken, omdat dit tot verwardheid kan leiden.

    Nachtelijke angstaanvallen duren kort (een aantal minuten), maar zijn wel indringend. Het begint meestal met een doordringende gil. Vervolgens komt het kind overeind in bed en maakt het vreemde en heftige bewegingen. Het kind kan nog enige tijd nadat de angstaanval is afgelopen verward blijven voordat het weer in slaap valt. Ook bij nachtelijke angstaanvallen geldt dat ze op den duur verdwijnen. Behandeling is dan ook meestal niet nodig.

    Bedplassen wordt pas als een probleem gezien als het kind al sinds langere tijd overdag geheel zindelijk is. Dit is meestal na de kleuterleeftijd. Bij ongeveer de helft van deze kinderen komt bedplassen vaker voor in de familie. Stress kan de situatie verergeren, maar meestal is er niet een enkele factor aan te wijzen als oorzaak voor het bedplassen. Het is belangrijk om de huisarts om advies te vragen om uit te sluiten dat het om een organisch probleem gaat, zoals een te kleine blaascapaciteit. Ook als men niets doet gaat het bedplassen vrijwel altijd op een gegeven moment vanzelf over. Het vormt echter vaak een ernstige belasting voor het kind en zijn omgeving. Zeker als het kind ouder wordt kan het tot sociale problemen leiden, omdat het bijvoorbeeld niet durft te gaan logeren. Er zijn verschillende soorten therapieën mogelijk, variërend van medicamenteus tot niet-medicamenteus. Wat men ook doet, het is daarnaast belangrijk om het kind te prijzen als er iets lukt en om het niet te straffen.
    Praten in de slaap, tanden knarsen (bruxisme) en hoofdbonken (jactatio capitis)
    Praten in de slaap kan soms hinderlijk zijn voor anderen in de zelfde slaapkamer, maar is in wezen volkomen onschuldig. Het komt het meest voor bij kinderen, maar kan ook bij volwassenen optreden.

    Tanden knarsen, of bruxisme, kan in ernstige gevallen leiden tot het afslijten van het gebit, maar ook tot hoofdpijn, aangezien het knarsen met zeer veel spierkracht gepaard kan gaan. Het is in dergelijke gevallen dan ook belangrijk om aan de tandarts om advies te vragen.

    Hoofdbonken, of jactatio capitis, komt vooral voor bij kinderen tot 3 jaar. Het zijn ritmische bewegingen, waarbij het kind op handen en knieën leunend met het hoofd tegen het bedje aan bonkt. Dit gebeurt bij het in slaap vallen en tijdens de lichte slaap. Als het kind eenmaal in diepe slaap is houdt het bonken op. Meestal verdwijnt het hoofdbonken vanzelf na enige maanden, maar bij sommige kinderen duurt het langer.
    Slaapapneu bij kinderen
    Ca 2% van alle kinderen lijden aan slaapapneu, het frequente stoppen of verminderen van de ademhaling tijdens het slapen. De meest voorkomende vorm van slaapapneu is het obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), waarbij de bovenste luchtwegen tijdens het slapen (gedeeltelijk) geblokkeerd worden. Vaak hebben ouders niet door dat hun kind aan slaapapneu lijdt.

    De meeste kinderen met OSAS snurken, maar niet alle kinderen die snurken hebben ook slaapapneu. Soms treden duidelijke ademstops op waarna het kind naar lucht snakt. In andere gevallen is de ademhaling continue gedeeltelijk verminderd zodat men geen adempauzes merkt. In beide gevallen krijgt het kind minder zuurstof naar binnen. In tegenstelling tot volwassenen worden kinderen vaak niet wakker door de apneus, zodat hun slaappatroon normaal lijkt.

    Veel kinderen reageren met bewegingen op apneus, hun slaap lijkt onrustig. Soms lijkt het alsof zij hard moeten werken om te ademen. Andere symptomen die op OSAS kunnen wijzen zijn het indalen van de borstkast tijdens het inademen, zweten tijdens het slapen, door de mond ademen, vreemde slaapposities zoals zittend slapen of slapen met een overstrekte nek, afvallen of weinig aankomen, verminderde groei,bedplassen, hoofdpijn‘s ochtends, moeheid overdag, aandachts-, gedragsproblemen of hyperactiviteit.

    Let op: Slaperige kinderen gedragen zich anders dan slaperige volwassenen: Zij worden hyperactief om wakker te blijven. Bovendien kunnen gedragsproblemen zoals agressiviteit of impulsiviteit veroorzaakt zijn door vermoeidheid.

    De meest voorkomende oorzaak van OSAS bij kinderen zijn vergrote amandelen en tonsillitis.

    OSAS kan op elke leeftijd optreden maar begint vaak tussen 3 – 6 jaar. Kinderen met overgewicht of een afwijkende gezichtsbouw, zoals kinderen met het Down syndroom, hebben een hoger risico op OSAS.

    Als OSAS niet gediagnosticeerd en behandeld wordt kan dit in ernstige gevallen leiden tot verminderde groei en ontwikkeling, slechte schoolprestaties en gedragsproblemen.

    Behandeling
    Er zijn verschillende behandelingen mogelijk, afhankelijk van o.a. de oorzaak voor OSAS, de algemene gezondheid en leeftijd van het kind. Wordt OSAS veroorzaakt door vergrote amandelen en tonsillitis, dan kan een operatie overwogen worden. Bij kinderen met overgewicht kan afvallen helpen. Verder kan dragen van een speciale beugel of een speciaal masker ’s nachts apneus voorkomen.

    Handige links:
    Slaapapneu
    Nederlands Vereniging van Apneupatiënten: www.apneuvereniging.nl
    Nederlandse vereniging voor Slaap Waak Onderzoek: www.nswo.nl
    KNO vereniging: Snurken en slaapapneu
    Belgische Vereniging van Apneupatiënten: apneuvereniging.be/
    Nieuws bericht: ADHD of slaapprobleem?

    Meer informatie?
    Hier vindt u informatie over een slaaptherapie voor slapeloosheid. Bekijk ook onze pagina's over slaapstoornissen bij volwassenen en slaap en vrouwen.
     
    Twitter Facebook GooglePlus

    Ontvang nieuws
    over slaap en gezondheid

     
       
    Copyright © 2002-2017. PHI international (PHIi). All rights reserved. | Over Ons | Verwijzers | Privacy | FAQ | Sitemap | Contact
    Copyright © 2002-2017. PHI international (PHIi). All rights reserved. | Over Ons | Privacy | FAQ | Sitemap | Contact